Oudere telt weer mee op de arbeidsmarkt

Het gaat weer beter met de vijftigplussers op de arbeidsmarkt. Ouderen die hun baan verliezen, vinden in bijna de helft van de gevallen binnen een jaar nieuw werk. Tegelijkertijd windt Tof Thissen, directeur UWV Werkbedrijf,  zich nog altijd op over de leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt. „We hebben zo langzamerhand geleerd dat je als man niet alleen maar andere mannen moet aannemen. Maar als ik ondernemers spreek die zelf ook boven de vijftig zijn, dan hebben ze allerlei vooroordelen over hun leeftijdsgenoten. Als het om leeftijd gaat, dan zoeken ze nog steeds naar jong talent. Ik voel dat er een onrechtvaardig onderscheid wordt gemaakt tussen mensen met dezelfde kwaliteiten, maar met een verschil in leeftijd.” 

Interview Tof Thissen, directeur UWV Werkbedrijf

’Nog volop vooroordelen over oudere werkzoeker’

27 dec. 2018 /Telegraaf / Financieel

De vader van Tof Thissen was op zijn zestigste „echt een oude man, blij dat hij met een goede regeling kon stoppen met werken.” Thissen junior werd dit jaar 61, en barst van de energie. Maar werkgevers denken bij vijftigplussers nog steeds aan zijn vader, merkt de directeur van het UWV Werkbedrijf. Hij roept ondernemers op: „Stop in 2019 met uitsluiten op basis van leeftijd.”

Tof Thissen, directeur van het UWV Werkbedrijf.

Het glas is bij Tof Thissen minstens halfvol. De Limburgse bakkerszoon, als directeur van het UWV Werkbedrijf verantwoordelijk voor alles wat de uitkeringsinstantie aan arbeidsbemiddeling en re-integratie doet, heeft ook goed nieuws te melden: vijftigplussers krijgen het weer iets gemakkelijker op de arbeidsmarkt. Bijna de helft van de werklozen in die groep vindt tegenwoordig binnen het jaar een baan.

Daarmee wordt een hardnekkig probleem iets minder hardnekkig. Want tevreden, dat is Thissen nou ook weer niet. „Als de werkloosheid aan het eind van dit jaar was gedaald tot nul, dan zat hier een kwispelende en zeer tevreden man. Dat ben ik niet: te veel mensen die ambitie, talent en mogelijkheden hebben, zitten in een uitkering.”

Onder hen veel ouderen. Wat vindt u ervan dat zij nog zo vaak aan de zijlijn staan?

„Het kan niet zo zijn dat leeftijd een uitsluitingscriterium is. Dat mag nooit! Natuurlijk mogen er eisen worden gesteld op het gebied van kennis en vaardigheden. Maar je kan niet zeggen: jij bent boven de vijftig en doet niet meer mee. En toch spreek ik ondernemers van boven de vijftig met allerlei vooroordelen over hun leeftijdsgenoten. Die ga ik hier niet herhalen, want dan gaan ze in de hoofden van uw lezers zitten. Maar dat is toch van de zotte, dat zelfs oudere ondernemers het niet eens durven om vijftigplussers op sollicitatiegesprek uit te nodigen?!”

Ouderen solliciteren zich suf en onderzoek toont ook aan dat ook het inleveren van salaris niet helpt. Waarom hebben we in Nederland te maken met hardnekkige arbeidsmarktdiscriminatie?

„Mijn gevoel is dat er sprake is van gevangen denken. En dat is zó onrechtvaardig: onderscheid maken tussen mensen met dezelfde kwaliteiten, maar een verschillende leeftijd. Vaardigheden als omgaan met een smartphone, dat valt allemaal te leren. Maar leeftijd – weten we sinds de rechtszaak die Emile Ratelband daarover voerde – daar kun je helemaal niets aan doen. Voor 2019 zouden ondernemers zich moeten voornemen om uit dat gevangen denken te breken en bij elke sollicitatie minstens de helft van de gesprekken met vijftigplussers te voeren.”

Veel werkgevers vinden het te risicovol, die ouderen.

„Ze zijn fitter dan ooit en hartstikke gemotiveerd. Toen mijn vader 61 was, zat hij al een jaar in de vut. En hij was het zat, omdat hij vanaf zijn zestiende kei- en keihard heeft gewerkt. Eerst als bakker, daarna als vertegenwoordiger wat een hectisch beroep is. Die man was blij dat hij met 60 jaar en een goede regeling op zak de deur achter zich dicht kon doen. Dat was toen ook echt een oude man.”

Dat geldt nu niet meer.

„Nee, want zestig is nu het nieuwe veertig. Zeker gezien de pensioenleeftijd die nu opschuift. Dat is ook het schrijnende en pijnlijke als ik oudere werkzoekenden spreek. Tegelijkertijd lezen we in de krant dat we door moeten werken tot 67 jaar en drie maanden. Maar ze solliciteren zich te pletter. En vanaf volgend jaar is de maximale WW-duur maar 24 maanden.”

En toch zit het glas halfvol?

„We zien door de hoogconjunctuur dat 50-plussers steeds sneller hun weg terug vinden naar de arbeidsmarkt. Ook binnen een jaar tijd. Maar het gaat wel minder snel dan de groep van 20 tot 50 jaar. Dus we hebben nog wel wat bij te trekken. Maar ik hoop dat als ondernemers dit interview lezen ze denken: ’Ja, die Thissen heeft inderdaad gelijk. We hebben hier een maatschappelijk taak en ons goede voornemen is om vanaf 1 januari leeftijd niet meer als uitsluitingscriterium te beschouwen.’”

Hoe kijkt u terug op 2018? Heeft u de doelstellingen die u voor ogen had gehaald?

„Dit was een jaar met een enorme groei van vacatures en dat biedt kansen voor mensen die om welke reden dan ook al lange tijd buiten de arbeidsmarkt staan.”

Zijn die kansen ook benut?

„Als je kijkt naar het aantal werkzoekenden, dan zie je dat er dit jaar een daling is ingezet bij de 50-plussers. Niet zo denderend als bij de groep onder de vijftig jaar, maar er is een trend.”

Zet die trend volgend jaar door, met alle krapte op de arbeidsmarkt?

„Ik ben geen profeet, maar de krapte zet naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar door. De grootste zorg zit in het matchen bij werk, dat is namelijk geen wiskunde. Het is niet zo dat we 100.000 mensen die in de WW zitten even naar die openstaande vacatures brengen. Was het maar zo simpel. Gelukkig heeft het kabinet ervoor gezorgd dat we een tijdelijke pot hebben van €30 miljoen tot 2020. Dat geld kunnen we inzetten als scholingsbudget voor WW’ers die zijn ontslagen in een bepaalde sector, maar wel beschikken over competenties, zodat ze via omscholing aan de slag kunnen in de ict of de zorg.”

U vindt dat we ook ouderen moeten opvoeden, bijvoorbeeld over het idee van minder verdienen.

„Ik voel met de vijftigplussers mee. Het is hoogconjunctuur, je hoort elke dag over vacatures, en toch kom ik in zalen met vijfhonderd man die zich te pletter solliciteren, en nog geen werk hebben gevonden. ’Hoe kijken jullie?’, vraag ik aan die mensen ’Ben je breder aan het zoeken? Durf je ook te solliciteren op banen die beneden het salaris geven van wat je gewend was?’ Nou ja, dan zie je wat aarzelingen, want dat speelt bij mensen toch mee: je wilt er niet op achteruit gaan. Dan zeg ik: ’Maar je bent er al op achteruit gegaan. Je uitkering is al 70% van je laatstverdiende loon, met een maximaal dagloon. Als het je nu niet lukt om binnen de periode dat je WW hebt ander werk te vinden, dan ga je naar de bijstand, bij de gemeente. Dan ga je er fors in inkomen op achteruit. Het slechte nieuws is overigens dat mensen die van de maximale WW naar gemeenten gaan, één op de zeven recht heeft op bijstandsuitkering. Zes op de zeven wordt nugger. U weet niet wat een nugger is? Nou, dat is een vakterm voor niet-uitkeringsgerechtigde. Dus ik zou gewoon elke kans die je hebt om met je competenties, met je dromen, met je talenten te gaan werken, aangrijpen. Ook al is het minder in salaris dan wat je gewend bent.’”

Dus werkzoekenden moeten zich ook aanpassen.

„Een baan voor het leven bestaat niet meer, tot je 67e werkzaam zijn in pakweg het grootwinkelbedrijf gaat het niet worden. Dus verander je mindset. Dat geldt ook voor alle schoolverlaters, voor iedereen die een profiel of een vakkenpakket moet kiezen. Bereid je erop voor dat wanneer je begint te werken, je niet hetzelfde beroep of binnen dezelfde sector werkzaam zult zijn tot aan je pensioen. Aan de kant van werkgevers: blijf oog houden voor je werknemers. Zorg dat je investeert in je mensen en zorg dat ze op tijd van werk naar werk kunnen gaan. En wij als professionele organisatie moeten vanaf het begin duidelijk maken wat de positie van deze mensen op de arbeidsmarkt is. We moeten de mensen in de WW laten zien waar de krapte zit en waar de kansen liggen.”

Diegene kan ook zeggen: ’Ik heb nog twee jaar recht op WW, en dan moet ik werk accepteren waarbij de maandelijkse inkomsten lager zijn dan de WW, dus ik blijf nog wel even zoeken.’

„Snap ik, snap ik. Maar ik zou wel educatieve gesprekken met je hebben, confronterende gesprekken. Ik zou ook tegen je durven zeggen: jij met je talenten en met je ambities en je skills. Maand na maand, maand na maand wordt de afstand tot de arbeidsmarkt groter. En als jij op een gegeven moment achttien maanden in de WW bent, dan gaat jouw eigenwaarde omlaag. Je zelfvertrouwen gaat omlaag.”

Quota dan maar?

(lange stilte) „We hebben ooit een wetsvoorstel gehad van Hans Dijkstal en Paul Rosenmöller, om zeg maar de arbeidsdeelname van allochtonen te bevorderen… heeft niet gewerkt.”

En een banenafspraak voor vijftigplussers, zoals dat ook lijkt te werken voor arbeidsgehandicapten?

„Ja kijk, ik hoop gewoon dat de mentaliteit van zowel werkgevers als werkzoekers, dat dat gewoon verandert. Dat je jezelf dus geen belemmeringen in denken of in kijken naar mensen meer oplegt. Ik hoop eigenlijk dat we met zeventien miljoen mensen, dat we elkaar eigenlijk opvoeden en dat bepaalde mechanismen die nu tot uitsluiting leiden, dat die niet meer tot uitsluiting leiden.”

Wat verwacht u voor 2019?

„Ik hoop op een gelijkwaardige daling in alle leeftijdscategorieën van de WW en een gelijkwaardige daling in mensen die beperkt arbeidsvermogen hebben. Dan ben ik een hartstikke tevreden mens. Momenteel stroomt bijna de helft van alle vijftigplussers in de WW binnen een jaar door naar werk. Ik hoop dat we dat percentage volgend jaar kunnen verhogen naar 65%.”

Vergelijkbare artikelen